Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Aanspraak op achterstallige indexering?

In nagenoeg elke huurovereenkomst is een jaarlijkse indexering van de huurprijs opgenomen. Deze jaarlijkse indexering kan niet worden aangemerkt als een huurverhoging, maar heeft als strekking het effect van de jaarlijkse geldontwaarding te compenseren. Recentelijk heeft het Hof Amsterdam de vraag beantwoord of een verhuurder, die jarenlang heeft verzuimd de indexering aan de huurder in rekening te brengen, alsnog hierop aanspraak kon maken.

In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vordering van de verhuurder, tot veroordeling van de huurder tot betaling van achterstallige indexering (met wettelijke rente vanaf de datum van de aanzegging) en vaststelling van het huurbedrag als ware er geïndexeerd, afgewezen. De kantonrechter was van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de verhuurder aanspraak maakt op achterstallige indexering en de geïndexeerde huurprijs.

Het Hof stelde voorop dat de huurovereenkomst voorzag in een automatische indexering van de huurprijs en dat de huurder door deze bepaling te aanvaarden de verschuldigdheid van de jaarlijkse indexering heeft geaccepteerd, als gevolg waarvan op het overeengekomen tijdstip de geïndexeerde huurprijs de dan geldende huurprijs wordt.

De huurder stelde zich op het standpunt dat hij, bij gebreke van een andersluidende aanwijzing van de kant van de verhuurder, in de veronderstelling verkeerde dat het door hem telkens uit eigen beweging betaalde bedrag het juiste huurbedrag was. Het Hof oordeelde dat op grond hiervan bij de huurder niet het gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontstaan dat verhuurder defi nitief zou afzien eventueel te weinig betaalde bedragen alsnog te vorderen en dat hij genoegen zou blijven nemen met een te lage huur. Het Hof oordeelde voorts dat voor wat betreft de door de verhuurder gevorderde achterstand geldt dat de stelling van de huurder dat hem de mogelijkheid is ontnomen om op de fi nanciële gevolgen van de indexering te anticiperen niet ertoe leidt dat van onredelijke benadeling van de huurder kan worden gesproken.

Bovenstaande leidde voor het Hof tot het oordeel dat het de verhuurder vrijstaat om (met inachtneming van de verjaringstermijn) zowel voor het verleden als wat betreft de lopende huur jegens de huurder aanspraak te maken op geïndexeerde huurbedragen.