Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Bedrijfsovername en indeplaatsstelling als huurder

Indien een ondernemer zijn onderneming exploiteert in een gehuurd bedrijfspand en hij zijn onderneming wil verkopen, is het in de regel van belang dat de koper de onderneming in het gehuurde kan voortzetten. Daarvoor is van belang dat de koper de huurovereenkomst kan overnemen en als huurder de plaats van de verkoper kan innemen. Voor het bewerkstelligen van een rechtsgeldige overname van een contract zijn in de wet vereisten gesteld. Zo is een akte van overdracht tussen de huurder en de overnemende huurder vereist. Daarnaast is de medewerking vereist van de verhuurder. Deze medewerking kan in elke vorm worden verleend - zowel vooraf als achteraf - en zij hoeft niet altijd te worden gegeven in de vorm van een uitdrukkelijke (schriftelijke) verklaring. De verklaring kan ook besloten liggen in één of meer gedragingen of zelfs in een stilzwijgen. Of een stilzwijgen voldoende is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. 

In een rechtszaak die onlangs werd afgedaan, oordeelde de rechter dat de verhuurder - hoewel hij dat niet uitdrukkelijk had laten weten - met de contractsovername had ingestemd en dat de verhuurder dus niet de oorspronkelijke huurder, maar de overnemende huurder diende aan te spreken tot betaling van onbetaald gelaten huurpenningen. Daarbij verwees de rechter naar een actief en eigen handelen van de verhuurder. De verhuurder had facturen verzonden op naam van de overnemende huurder. Daarnaast had de verhuurder een huurovereenkomst in concept op naam van de overnemende huurder opgesteld en aan de overnemende huurder laten uitgaan, waarin de voortzetting van de bestaande huurovereenkomst tot uitdrukking was gebracht. Dat alles rechtvaardigde het oordeel dat het de bedoeling van de verhuurder was om met de overnemende huurder een nieuw huurcontract aan te gaan. Dat de conceptovereenkomst niet door de overnemende huurder werd ondertekend en zelfs werd geretourneerd, deed niet af aan de instemming van de verhuurder met de contractsovername. Ondanks het bovenstaande is het verstandig om in een voorkomend geval de verhuurder vooraf nadrukkelijk te vragen aan een indeplaatsstelling zijn medewerking te verlenen. Mocht de verhuurder daartoe niet bereid zijn, dan bestaat in beginsel de mogelijkheid om deze indeplaatsstelling door tussenkomst van de rechter tegen de wil van de verhuurder te bewerkstelligen.