Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Benadeling crediteuren bij faillissement?

Een faillissement heeft vergaande consequenties voor zowel de gefailleerde als diens crediteuren. Voor de gefailleerde betekent het faillissement onder meer dat hij te maken krijgt met een curator, die onder andere tot taak heeft om te bekijken of er handelingen hebben plaatsgevonden die tot benadeling van de crediteuren hebben geleid. Als dat het geval is, kan de curator onder omstandigheden die handelingen ongedaan maken. Een voorbeeld van een dergelijke actie wordt in dit artikel beschreven.

Na het uitspreken van een faillissement zal de curator onder meer nagaan of er door de gefailleerde persoon rechtshandelingen zijn verricht die tot benadeling van crediteuren hebben geleid. Volgens de Faillissementswet kan de curator in het faillissement ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar (de gefailleerde) vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht, vernietigen, indien de schuldenaar bij het verrichten van de rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. Deze actie van de curator, waarbij hij door de gefailleerde/schuldenaar onverplicht verrichte rechtshandelingen aantast, wordt ook wel de (faillissements) pauliana genoemd.

Verplicht of onverplicht?

In een procedure waar in de Hoge Raad onlangs uitspraak deed, werd het onderscheid tussen verplichte en onverplichte rechtshandelingen nog eens duidelijk gemaakt. Het volgende was het geval. Een werkgever had al geruime tijd de pensioenpremies van zijn werknemers niet betaald en liet uiteindelijk ook een achterstand in de salarisbetalingen ontstaan. De onderneming van de werkgever ging over op een derde, waardoor de werknemers overgingen in het bedrijf van die derde. De nieuwe werkgever betaalde de nieuwe premies en het loon wel, maar de werknemers hadden nog wel een vordering op hun vorige werkgever. Ter verzekering van het verhaal van hun vordering op de voormalige werkgever hebben de werknemers beslag laten leggen onder een debiteur van die werkgever.

Uiteindelijk heeft de werkgever een vaststellingsovereenkomst gesloten met de werknemers. Overeengekomen werd dat partijen een stichting zouden oprichten met het doel de vorderingen van de werknemers zoveel mogelijk te voldoen. In die overeenkomst werd verder afgesproken dat onder andere het door de debiteur aan die werkgever verschuldigde bedrag, waar derdenbeslag op was gelegd, zou worden voldaan aan de stichting, waarna de ontvangen bedragen aan alle werknemers naar evenredigheid zouden worden uitbetaald.

Geen rechtsplicht

Enkele maanden later ging de werkgever failliet. De curator stelde onderzoek in naar rechtshandelingen die tot benadeling van crediteuren hadden geleid. In dat onderzoek stuitte de curator op de eerdergenoemde vaststellingsovereenkomst. De curator begon een procedure. Daarin kwam de vraag aan de orde of voor de werkgever een (rechts)plicht bestond om die vaststellingsovereenkomst te sluiten. De Hoge Raad oordeelde dat die rechtsplicht niet bestond, zodat sprake was van een onverplichte rechtshandeling. Natuurlijk had de werkgever wel de rechtsplicht om het salaris te betalen en de pensioenpremies te storten, en natuurlijk  leidde de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst ertoe dat (gedeeltelijk) aan die verplichting werd voldaan, maar de werkgever had geen rechtsplicht om door middel van een vaststellingsovereenkomst en een daarna op te richten fonds aan zijn verplichtingen jegens de werknemers te voldoen. Er zou dus sprake kunnen zijn van faillissementspauliana. De Hoge Raad verwees het geding naar een ander gerechtshof om de procedure verder te behandelen.

Zelfs als dus aan een (op zichzelf verplichte) rechtshandeling wordt voldaan, kan er toch sprake zijn van een onverplichte rechtshandeling wanneer de wijze waarop aan die rechtshandeling wordt voldaan, als onverplicht valt aan te merken. Volgens de Hoge Raad is een rechtshandeling namelijk onverplicht in de zin van de Faillissementswet indien die wordt verricht zonder dat daartoe een op wet of overeenkomst berustende rechtsplicht bestaat.