Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Beroep op opschorting

Wanneer de ene partij haar verplichtingen jegens de andere niet nakomt, heeft die andere partij de mogelijkheid om haar verplichtingen op te schorten totdat de ene partij alsnog haar verplichtingen is nagekomen. In een recente uitspraak van de Hoge Raad is geoordeeld dat het opschorten ook mogelijk is in het geval het werk nog niet is opgeleverd of zich nog leent voor herstel. De kwestie waar de Hoge Raad onlangs over oordeelde, betrof het volgende.

evrouw X had aan een aannemer opdracht gegeven om de dakbedekking van haar woning te vernieuwen. De opdracht was in juni 2007 gegeven, de werkzaamheden zijn op 10 september 2007 begonnen. In maart en april 2008 heeft mevrouw X er bij de aannemer op aangedrongen de werkzaamheden spoedig af te ronden. Op dat moment had zij de aannemer al ruim € 35.000,- betaald. In april 2008 heeft de aannemer de werkzaamheden gestaakt, terwijl die nog niet gereed waren. Eind mei 2008 stuurde de aannemer nog een factuur van ruim € 13.000,- voor de tot dan toe verrichte werkzaamheden. Mevrouw X heeft de aannemer er op gewezen dat hij de werkzaamheden niet naar behoren had uitgevoerd en dat betaling pas zou plaatsvinden als de nog openstaande onderdelen van de werkzaamheden naar tevredenheid van haar zouden zijn opgelost. Met andere woorden, de betaling van de laatste factuur heeft zij opgeschort. 

In zijn reactie heeft de aannemer aangeboden om de werkzaamheden alsnog uit te voeren op voorwaarde dat mevrouw X de factuur van mei 2008 zou betalen. Mevrouw X weigerde dit en ging tot dagvaarding over. In die procedure vorderde zij schadevergoeding, en gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. In diezelfde procedure vorderde de aannemer betaling van de factuur van mei 2008. De Hoge Raad oordeelt dat de lagere rechter eerst had moeten onderzoeken in hoeverre de klachten van mevrouw X terecht waren, in plaats van haar weigering om op het voorstel van de aannemer in te gaan onredelijk te noemen. Dit voorstel komt er immers op neer dat mevrouw X haar opschortingsrecht grotendeels zou moeten prijsgeven voordat de aannemer tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden zou overgaan. Aan het inroepen van het opschortingsrecht staat niet in de weg dat nog geen sprake was van oplevering van het werk en dat de gebreken zich voor herstel leenden. Het opschortingsrecht strekt volgens de Hoge Raad immers juist ertoe druk op de aannemer uit te oefenen om alsnog na te komen, en heeft, als de aannemer in gebreke zou blijven, mede het karakter van zekerheid voor de voldoening van de schadevordering.