Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

De verhuurder gaat failliet. Wat nu?

Artikel 39 van de Faillissementswet bepaalt dat bij faillissement van de huurder de curator en de verhuurder de huur tussentijds en op een verkorte termijn door opzegging kunnen beëindigen. Vanaf de dag der faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld. Maar wat indien de verhuurder failliet gaat, kan de huurder dan door de curator van de failliete verhuurder worden ontruimd?

Enerzijds verandert een faillissement niets aan bestaande wederkerige overeenkomsten, anderzijds volgt uit artikel 37 van de Faillissementswet dat de curator ervoor kan kiezen om overeenkomsten geen gestand te doen. De schuldeiser die met een dergelijke keuze wordt geconfronteerd kan zijn vordering als concurrente vordering bij de curator ter verificatie indienen. 

In 2006 oordeelde de Hoge Raad over een casus waarin de eigenaar van een bovenwoning failliet was gegaan. Ruim voor het faillissement had de failliet de
bovenwoning verkocht maar daarbij was overeengekomen dat de koper al wel de beschikking over de bovenwoning kreeg maar nog geen juridische levering plaatsvond. Deze economisch eigenaar had na het faillissement van de juridisch eigenaar de bovenwoning verhuurd en aan de huurder ter beschikking gesteld. De curator vorderde in rechte ontruiming van de bovenwoning en kreeg van de Hoge Raad gelijk op de grond dat de curator op grond van het beginsel van gelijkheid van schuldeisers en artikel 37 van de Faillissementwet de mogelijkheid had om de huurovereenkomst niet na te komen. 

In een meer recent arrest heeft de Hoge Raad echter uitdrukkelijk anders bepaald. Waar in de specifieke casus van economisch eigendom de bescherming van de huurder een te vergaande inbreuk van de gelijkheid van schuldeisers werd geoordeeld, zou het in zijn algemeenheid toekennen van een bevoegdheid aan de curator om tot ontruiming of opeising van door de failliet verhuurde zaken over te gaan in strijd komen met het beginsel dat het faillissement geen invloed heeft op bestaande wederkerige overeenkomsten of de daaruit voortvloeiende verbintenissen.

De curator heeft weliswaar de mogelijkheid om (passief) verbintenissen die uit de boedel voldaan moeten worden, niet na te komen. Het faillissement heeft echter niet tot gevolg dat de curator ook een niet bij wet of overeenkomst geregelde bevoegdheid heeft om (actief) tot ontruiming of opeising van het gehuurde over te gaan als de huurder voor het faillissement van de verhuurder reeds het genot over het gehuurde had verkregen en de huurovereenkomst nog loopt, aldus de
Hoge Raad.