Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Hoofdelijke verbondenheid uitgetreden vennoot voor huurschuld

Anders dan een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap heeft een vennootschap onder firma (ook wel “vof” genoemd) geen rechtspersoonlijkheid. In verband hiermee is in artikel 18 van het Wetboek van Koophandel bepaald dat in een vof ieder van de vennoten hoofdelijk verbonden is voor de verbintenissen van de vennootschap.

Over het algemeen zijn vennoten in een vof zich hiervan bewust, maar vaak vergeten zij dat deze aansprakelijkheid ook kan voortduren nadat zij reeds als vennoot zijn uitgetreden, bijvoorbeeld bij huurovereenkomsten. 

Recentelijk heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak waarin dit speelde. Een vof had een bedrijfsruimte gehuurd voor de duur van drie jaar. Nadat de huurovereenkomst ruim een jaar had geduurd, was één van de twee oorspronkelijke vennoten uitgetreden en was een ander juist als vennoot tot de vof toegetreden. Ongeveer 6 weken nadat hij was toegetreden was hij echter alweer als vennoot uitgetreden en werd de vof ontbonden. Korte tijd later werd door de achtergebleven “vennoot” ook het feitelijk gebruik van het gehuurde beëindigd. Daarmee was de huurovereenkomst echter nog niet geëindigd. 

De verhuurder startte vervolgens een procedure tegen zowel de vof als tegen alle drie de voormalige vennoten. De verhuurder vorderde daarin ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van (onder andere) achterstallige huurpenningen en schadevergoeding, waaronder ook de huurprijs die voor de resterende duur van de overeenkomst betaald zou moeten worden. De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurder tegen alle gedaagden vrijwel volledig toe, ook tegen de vennoot die slechts 6 weken vennoot was geweest. Deze vennoot ging in hoger beroep en voerde bij het gerechtshof aan dat hij niet hoofdelijk aansprakelijk was voor de schulden van de achtergebleven vennoot omdat hij reeds was uitgetreden op het moment dat die verplichtingen ontstonden. 

Het gerechtshof bekrachtigde echter het vonnis van de kantonrechter.