Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Uitspraakbevoegdheden en definitieve geschilbeslechting

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. In deze wet komt het streven naar finale geschilbeslechting op meerdere plaatsen tot uitdrukking. Van fi nale geschilbeslechting is sprake als de rechtspositie van degene die beroep heeft ingesteld, na de uitspraak vast staat. Een vormvoorschrift is een voorschrift dat geen eisen stelt aan de materiële inhoud van het besluit, maar ziet op de procedure van totstandkoming of de wijze waarop het besluit moet worden genomen of vastgelegd. Op grond van artikel 6:22 Awb kunnen alle gebreken worden gepasseerd, mits aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Het passeren van het verzuim – en het daarop ongegrond verklaren van het beroep – betekent dus dat het besluit in stand blijft. De uitspraak van de bestuursrechter kan geen grondslag bieden voor een  eventuele schadevergoedingsactie. De bestuursrechter heeft verschillende uitspraakbevoegdheden. Allereerst dient hij na te gaan of het in het bestreden besluit geconstateerde gebrek niet kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb. Als dat niet mogelijk is, moet de bestuursrechter het beroep gegrond verklaren, met als gevolg dat het besluit geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd. De bestuursrechter heeft vervolgens de keuze uit vier mogelijkheden om het geschil definitief te beslechten. 

1. De bestuursrechter kan bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven.
2. Lange procedures eindigden vaak door een uitspraak waarin het bestreden besluit vanwege een motiveringsgebrek wordt vernietigd. Omdat dit motiveringsgebrek over het algemeen niet onherstelbaar is, bestaat er na deze uitspraak nog steeds geen duidelijkheid over de rechtspositie van partijen. De bestuursrechter kan bepalen dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. 
3. De rechter kan bij een gegrondverklaring van het beroep (indien hij niet zelf in de zaak kan voorzien of de rechtsgevolgen in stand kan laten) het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtname van zijn aanwijzingen. 
4. Als de rechter geen gebruik van voornoemde bevoegdheden maakt, dan rest bij een gegrondverklaring van het beroep niets anders dan vernietiging van (de rechtsgevolgen van) het bestreden besluit. De burger is daarmee terug bij af en het bestuursorgaan zal ee