Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Verantwoordelijkheid re-integratie

Het UWV kan met overlegging van een ‘opting out-lijst’, aannemelijk maken dat een werkgever gebruik heeft gemaakt van de in art. 72a lid 1 WW (oud) opgenomen mogelijkheid om de re-integratietaak over te nemen van het UWV. De verantwoordelijkheid voor de re-integratie van de ex-werknemer berustte in het geval van de Centrale Raad van Beroep d.d. 27 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2857, niet bij het UWV, maar bij de werkgever voor wie in dit geval het Participatiefonds die taak heeft uitgevoerd.

Het UWV mag zijn controle op de sollicitatieverplichtingen van WW-gerechtigden steekproefsgewijs uitvoeren. De controletaak van het UWV is beperkt tot de (kwantitatieve) verplichting van de overheidswerkloze om elke vier weken vier sollicitaties te verrichten.
Een beoordeling van de kwaliteit van de sollicitaties wordt tot de re-integratietaak van de overheidswerkgever gerekend. Een werkgever die eigenrisicodrager is en wil bereiken dat het UWV de uitkering van een voormalig werknemer herziet of intrekt, moet gerede twijfel over de aanspraak op die uitkering naar voren brengen (zie bijvoorbeeld CRvB 26 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:594).

De werkgever heeft in deze zaak weliswaar gesteld dat de ex-werknemer niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een sollicitatie per week te verrichten, maar zij heeft die stelling niet onderbouwd. Zij heeft bovendien verzuimd om de kwaliteit van de verrichte sollicitaties te controleren en op basis van haar bevindingen een eventuele melding te doen bij het UWV dat die kwaliteit niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Ook van de zijde van het Participatiefonds is een dergelijke melding niet gedaan. Voor het opleggen
van een maatregel bestond dan ook geen aanleiding. De omstandigheid dat onduidelijk is of na november 2005 nog een kwantitatieve controle door het UWV heeft plaatsgevonden maakt dit niet anders. Art. 23 lid 1 WW staat in dit geval aan het intrekken of verlagen van de uitkering in de weg. Er was evenmin aanleiding om het verhaal van de WW-uitkering te beëindigen.

Kortom als werkgever moet je het verzoek tot intrekking van de uitkering goed onderbouwen en zorgen dat de controle op juiste wijze heeft plaatsgevonden. Dossiervorming is daarbij van groot belang.