Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Waarschuwingsplicht voor banken

In het financieringsverkeer komt het regelmatig voor dat voor de financiering van een onderneming (BV) vaak aan de DGA gevraagd wordt om zich voor de verplichtingen die de onderneming jegens de bank aangaat, borg te stellen. Vaak wordt aan een dergelijke borgstelling een hypotheekrecht verbonden, waarbij tevens de echtgeno(o)t(e) gevraagd worden om toestemming te geven voor de borgstelling en eventuele hypotheekverstrekking. Is daarmee het verhaalsrecht van de bank veilig gesteld?

In een zaak uit 2013 ging het over het volgende.
Meneer en mevrouw X zijn gehuwd en bankieren allebei bij dezelfde bank. Aan hen zijn diverse geldleningen door de bank verstrekt. Tot zekerheid van de terugbetaling van het geleende hebben meneer en mevrouw X twee hypotheekrechten op de echtelijke woning verstrekt aan de bank. De bank financiert daarnaast ook de ondernemingen waarvan meneer de DGA is.

Tot zekerheid van de terugbetaling van hetgeen de bank van de ondernemingen te vorderen heeft, is eveneens een hypotheekrecht verstrekt op de echtelijke woning. Meneer heeft zich ook privé borg gesteld voor de verplichtingen van de ondernemingen jegens de
bank, met toestemming van mevrouw.

Een van de ondernemingen gaat failliet, de echtelijke woning wordt verkocht. De bank vordert betaling van de opgezegde leningen en van de debetstand op de rekening-courant. Meneer en mevrouw X verweren zich tegen die vordering. Zij stellen dat de bank is tekort geschoten doordat de bank niet of onvoldoende gewezen heeft op de risico’s van een borgtochtovereenkomst. Rechtbank en gerechtshof
geven de bank gelijk, maar de Hoge Raad acht een aantal factoren van belang bij de beantwoording van de vraag of de bank is tekort geschoten: ook mevrouw was klant van de bank; zij en haar man hadden samen een eerste en tweede hypotheekrecht aan de bank verleend; door de derde hypotheekverstrekking in verband met de borgstelling ontstond er een contractuele relatie tussen haar en de bank met dito zorgplicht voor de bank; de bank wist dat mevrouw een (aanzienlijk) privévermogen had; de bank wist en overzag dat de borgstelling en hypotheek tot gevolg konden hebben dat dit privévermogen zou (moeten) worden aangesproken voor de gemeenschappelijke
schulden aan de bank; mevrouw heeft deze gevolgen niet eerder voorzien en overzien. Al deze factoren kunnen ertoe bijdragen dat de bank bij het aangaan van de borgstelling en verlening van de hypotheek verplicht was om mevrouw te waarschuwen voor het risico dat haar privévermogen daardoor in gevaar kwam. Schending van die bijzondere zorgplicht kan meebrengen dat de bank voor die vordering geen of slechts beperkt verhaal zou kunnen zoeken op het privévermogen van mevrouw.