Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Wanneer buitengerechtelijke kosten?

Indien een consument zijn rekening niet betaalt, is hij niet na het verstrijken van de betalingstermijn automatisch incassokosten verschuldigd. Volgens de toepasselijke wet- en regelgeving dient de schuldeiser namelijk in redelijkheid tot het verrichten van incassohandelingen over te gaan, hetgeen onder meer inhoudt dat hij de consument een brief stuurt waarin die consument nog een termijn van veertien dagen wordt gegund om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

Is de consument die na het verstrijken van die termijn alsnog niet heeft betaald, nu wel of niet incassokosten verschuldigd? Is er nog een extra incassohandeling noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van die kosten?

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ook de redelijke kosten ter voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking komen. Maar wat is redelijk? Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt een dubbele redelijkheidstoets: het maken van buitengerechtelijke incassokosten én de omvang van die kosten moeten redelijk zijn om voor vergoeding in aanmerking te komen.

Sinds 1 juli 2012 zijn er vaste regels voor de hoogte van de incassokosten, op grond van het zogenoemde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. De wet bepaalt dat niet ten nadele van de consument van dit Besluit kan worden afgeweken. Op grond van de wet zijn de buitengerechtelijke incassokosten door een consument pas verschuldigd na de (vaak zo genoemde) veertiendagenbrief, de brief waarbij de schuldenaar na het verstrijken van de betalingstermijn wordt aangemaand om binnen een termijn van veertien dagen alsnog tot betaling over te gaan.

In de rechtspraak bestond echter verdeeldheid over de vraag of de incassokosten direct na die veertien dagen verschuldigd worden, of dat daarvoor nog een nadere incassohandeling moest worden verricht. De Hoge Raad oordeelt dat het eerdergenoemde Besluit slechts de redelijke hoogte van die incassokosten regelt. Het Besluit geeft hiervoor een forfaitair percentage, uitsluitend gerelateerd aan de hoogte van de verschuldigde hoofdsom.

Maar ook in de nieuwe regeling bestaat echter pas recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten als daadwerkelijk incassohandelingen, waarvoor dan wel voldoende aanleiding moet bestaan, zijn verricht. Als die redelijke incassohandelingen zijn verricht en als de schuldeiser de consument de veertiendagenbrief heeft gestuurd, dan moet de consument binnen veertien dagen hebben betaald om incassokosten te voorkomen. Die veertiendagenbrief is zelf al een incassohandeling. De schuldeiser hoeft niet nog nadere incassohandelingen te verrichten om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van de incassokosten. Aldus de Hoge Raad.