Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Wanneer heeft bericht rechtsgevolgen?

Er kunnen belangrijke juridische vragen rijzen als er in de communicatie iets hapert. Wat is het bepalende moment waarop een schriftelijke mededeling zijn juridische werking heeft: de verzending, het moment van ontvangen, of het moment waarop de geadresseerde daadwerkelijk kennis neemt van het bericht?

Het Burgerlijk Wetboek kiest voor het moment van ontvangen en geeft daarmee in artikel 3:37 BW een duidelijke regel.  Een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig bereikt, heeft dus in beginsel, vanwege die storingsoorzaak,  geen werking. Dat is van groot belang als het bijvoorbeeld gaat om correspondentie over de uitvoering van een contract. De woorden “in beginsel” geven al aan dat het hier om een hoofdregel gaat met uitzonderingen. Want als het feit dat de mededeling de geadresseerde niet of niet tijdig bereikt voor risico van die geadresseerde komt, dan heeft de verklaring toch juridische gevolgen.

Een storingsoorzaak die het gevolg is van eigen handelen komt voor risico van de geadresseerde, bijvoorbeeld op vakantie gaan zonder een waarnemer aan te stellen of bereikbaar te blijven voor post. Ook handelen van personeel komt voor eigen rekening, bijvoorbeeld als zij vergeten om een belangrijk bericht aan de bevoegde manager af te geven. En ook een persoonlijke omstandigheid zoals ziekenhuisopname vormt geen argument om te betogen dat een bepaald bericht de geadresseerde niet (tijdig) heeft kunnen bereiken.

Recent speelde voor de Hoge Raad een verwante kwestie, namelijk welk correspondentieadres geldt. De ene contractspartij verstuurde drie huuraanmaningen naar een postbusadres waarop de geadresseerde wel voorheen correspondentie ontving, maar dat door TPG tijdelijk was geblokkeerd. Nu er drie aanmaningen waren verstuurd kwam volgens de eerder gemaakte contractsafspraak een bepaald terugkooprecht te vervallen. Er stond dus een groot
financieel belang op het spel. De hoogste rechter oordeelde dat niet beslissend is dat de geadresseerde zelf niet het postbusadres formeel had aangewezen als vast correspondentieadres, en dat ook in het handelsregister dat postbusadres niet was vermeld. Beslissend is wel volgens de Hoge Raad de praktische vraag of de verzender redelijkerwijs mocht aannemen (uit de gang van zaken tot dusverre, en gezien het briefpapier) dat dat postbusadres een goed
correspondentieadres was. De verzender zal deze aannemelijkheid moeten bewijzen.

Ondernemers die deze discussie willen voorkomen, doen er goed aan om een simpele contractuele afspraak te maken dat correspondentie over het contract naar een bepaald omschreven (postbus)adres verzonden moet worden.