Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Wet aanpassing bestuursproces

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. De wet leidt tot een aantal wijzigingen in de Algemene wet bestuursrecht die er onder meer op gericht zijn de rechter meer instrumenten te geven om procedures finaal te beslechten. Een aantal van die instrumenten wordt hierna belicht.

Indien zonder succes bezwaar is gemaakt tegen een besluit van de overheid, staat de weg open naar de bestuursrechter. Naar oud recht was het zo dat, indien de rechter het besluit onrechtmatig oordeelde, het besluit werd vernietigd. Het gevolg daarvan was dat het bestuursorgaan opnieuw op het bezwaar moest beslissen. Tegen die beslissing kon vervolgens opnieuw beroep worden ingesteld. Deze cyclus kon zich in de praktijk meerdere keren herhalen, net zolang tot het bestuursorgaan tot een wél rechtmatig besluit kwam. Dit is een van de oorzaken van de traagheid van het bestuursprocesrecht.

In de nieuwe wetgeving is opgenomen dat de rechter het geschil zo veel mogelijk definitief beslecht. De rechter staat hiervoor een aantal instrumenten ter beschikking, waarvan moet worden beoordeeld of de inzet daarvan kan leiden tot een finale beslechting van het geschil. Pas als dat echt niet kan, moet de rechter het besluit vernietigen en moet de overheidsinstantie een nieuw besluit nemen. Dat zal moeten leiden tot een bekorting van de procedures en geeft partijen sneller de gewenste duidelijkheid.

De nieuwe wet voorziet ook nog in andere mogelijkheden om ervoor te zorgen dat besluiten minder snel vernietigd worden. Een daarvan is de mogelijkheid om gebreken in de besluitvorming te passeren. Onder het voorheen geldende recht bestond deze mogelijkheid ook, maar was die beperkt tot de mogelijkheid om procedurele gebreken te passeren. In de nieuwe wet is deze mogelijkheid uitgebreid voor alle gebreken, mits deze gebreken in de besluitvorming geen nadelige gevolgen hebben voor belanghebbenden bij dat besluit.

Nieuw in de wet is het zogeheten relativiteitsvereiste: de rechter mag alleen een overheidsbesluit vernietigen als de burger zich beroept op een regel die bedoeld is om zijn eigen belangen te beschermen. De nieuwe wet voorziet nog in tal van andere wijzigingen op het gebied van het bestuursprocesrecht. Het gaat het bestek van deze bijdrage te buiten daar uitputtend op in te gaan.