Actualiteiten

Wij blijven graag up-to-date!

Hier vindt u een overzicht van meest recente artikelen, met thematiek rondom onze specialisaties en interesses.

Snel actualiteiten binnen een bepaald thema vinden? Bezoek een specifieke expertise pagina (overzicht op Onze Expertises) of een persoonlijke advocaat pagina (overzicht op Onze Advocaten).

Wijzigingen arbeidsrecht per 1 juli 2014

Indien de nieuwe Wet werk en zekerheid van kracht wordt, treden er per 1 juli 2014 al enkele forse veranderingen in werking. In dit artikel drie belangrijke wijzigingen (proeftijd, concurrentiebeding en aanzegtermijn) op een rij.

In tijdelijke contracten voor de duur van zes maanden of korter kan geen proeftijd meer worden bedongen. Onder het huidige recht is dit nog wel mogelijk. Het overeenkomen van een proeftijd blijft mogelijk voor overeenkomsten met een langere duur. Tot twee jaar geldt een maximale proeftijd van één maand, voor twee jaar of langer geldt een maximale proeftijd van twee maanden. Een beding waarbij hiervan wordt afgeweken is nietig. Er kan verder geen nieuwe proeftijd worden overeengekomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever, tenzij de nieuwe arbeidsovereenkomst wezenlijk nieuwe vaardigheden van de werknemer verlangt.

Op dit moment kan een concurrentiebeding zowel in een tijdelijk als in een vast arbeidscontract worden opgenomen. Per 1 juli 2014 is het uitgangspunt dat een concurrentiebeding in een tijdelijk contract alleen geldig is indien uit een schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever. Ontbreekt een afdoende motivering, dan is het beding niet rechtsgeldig. Het betreft een strenge norm, waarmee het concurrentiebeding in tijdelijke overeenkomsten grotendeels aan banden wordt gelegd.

Onder het huidige recht eindigt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege (automatisch) nadat de overeengekomen tijd is verstreken. Per 1 juli 2014 wordt een verplichte aanzegtermijn ingevoerd. Bij tijdelijke contracten van zes maanden of langer moet de werkgever de werknemer uiterlijk één maand voor het afl open van het contract laten weten of hij de arbeidsovereenkomst gaat verlengen en over de voorwaarden waaronder de
arbeidsovereenkomst eventueel wordt voortgezet. Doet de werkgever dit niet, dan is hij de werknemer een vergoeding verschuldigd ter hoogte van één maandsalaris. Informeert de werkgever de werknemer te laat, dan is een vergoeding naar rato verschuldigd.

Indien het wetsvoorstel op tijd wordt aangenomen, dan gaat de nieuwe bepaling per 1 juli 2014 in. De bepaling geldt ook voor lopende arbeidsovereenkomsten, tenzij deze binnen een maand na inwerkingtreding van het artikel eindigen. Hoewel nog niet zeker is dat de wet (tijdig) wordt aangenomen, is raadzaam om voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten (langer dan zes maanden) die aflopen rond 1 augustus 2014, zekerheidshalve een aanzegtermijn van één maand te hanteren.